Waarom SSCC?
SSCC staat voor Serial Shipping Container Code: een internationaal geaccepteerde verzendcode die een logistieke eenheid — meestal een pallet of rolcontainer — wereldwijd uniek maakt. Wie het gebruikt voldoet aan de GS1-standaard voor verzenden en ontvangen, en maakt het logistieke proces traceerbaar.
Waar het wordt gebruikt
SSCC-labels komen voor in de retail en supermarkten, in drogisterijen, mode, sierteelt, de farmacie en de doe-het-zelfbranche, en net zo goed buiten de retail. Overal waar een laadeenheid van hand tot hand gaat en bij elke overdracht herkend moet worden.
Wat het oplevert
- Een kortere goederenontvangst bij uw afnemer: één scan per laadeenheid in plaats van een pallet uitzoeken.
- Kortere wachttijden voor chauffeurs, en daarmee minder kosten per rit.
- Een betere voorraadregistratie, doordat de SSCC te koppelen is aan uw Warehouse Management System.
- Track en trace over de hele keten, via dezelfde barcode die iedereen onderweg scant.
- Minder afkeur en minder correcties achteraf, doordat de zending en het verzendbericht op één code aansluiten.
Hoe het nummer is opgebouwd
Een SSCC is altijd 18 cijfers lang en bestaat uit vier delen. Op het label staat hij achter Application Identifier (00).
| Extension digit | 1 cijfer | Officieel bedoeld om de capaciteit te vergroten; in de praktijk gebruikt u het om de serie-referentie te verlengen. U kiest het zelf. |
|---|---|---|
| GS1 company prefix | samen 16 | Het bedrijfsnummer dat u van GS1 hebt gekregen — u kunt het niet zelf verzinnen. Dit deel maakt de code van u en van niemand anders. |
| Serial reference | samen 16 | Uw eigen doorlopende nummer voor deze zending. Nummer dóór, ook naar verschillende afnemers — nooit een aparte reeks per ontvanger. |
| Check digit | 1 cijfer | Het controlecijfer, berekend uit de voorgaande zeventien. Scanners gebruiken het om leesfouten te herkennen. U rekent het niet zelf uit. |
Tel het op: 1 extensiecijfer + 16 cijfers prefix en serie-referentie samen + 1 controlecijfer = de 18 cijfers van het SSCC. Die 16 ligt vast, de verdeling niet: hoe langer uw GS1-bedrijfsprefix, hoe korter de reeks die u eronder kwijt kunt. Loopt die reeks vol, dan begint u opnieuw bij nul; in de praktijk gebruikt u dezelfde referentie nooit twee keer binnen een jaar.
Het bedrijfsprefix en het GLN krijgt u van GS1; zonder die twee kunt u geen geldig SSCC maken. Naar GS1 Nederland
De opbouw van het label
Het GS1-logistieke label heeft drie secties onder elkaar. Bovenin vrije informatie: wie stuurt, wie ontvangt. In het midden dezelfde gegevens in leesbare tekst, elk met zijn data title erboven of ervoor. Onderin de barcodes, waarvan de onderste altijd de SSCC is en over de volle breedte staat.
Application Identifiers
Een Application Identifier (AI) zegt wat het cijferblok erachter betekent. In de leesbare regel staat hij tussen haakjes, in de barcode niet. Dit zijn de AI’s die op een palletlabel voor de retail voorkomen.
| AI | Betekenis | Toelichting |
|---|---|---|
| (00) | SSCC | De SSCC zelf. Staat altijd op het label, altijd in zijn eigen barcode. |
| (02) | Artikelcode van de omverpakking (GTIN) | De artikelcode van de omverpakking, niet die van het losse consumentenartikel. |
| (37) | Aantal omverpakkingen | Het aantal omverpakkingen op de laadeenheid. Hoort altijd bij (02). |
| (15) | Tenminste houdbaar tot | Tenminste houdbaar tot: een kwaliteitsdatum. Na deze datum mag het product nog verkocht worden. |
| (17) | Uiterste gebruiksdatum | Uiterste gebruiksdatum: een veiligheidsdatum. Na deze datum mag het niet meer verkocht worden. |
| (10) | Batch- of lotnummer | Het batch- of lotnummer waarmee u een partij terugvindt bij een recall. |
| (310n) | Nettogewicht (kg) | Nettogewicht in kilo’s, voor artikelen die per gewicht worden verhandeld. |
| (413n) | GLN eindbestemming | De GLN van de eindbestemming, als de pallet via een crossdock verder moet. |
Welke velden hoort u te gebruiken?
Dat bepaalt uw afnemer, niet de standaard. Wat er in de praktijk op staat hangt af van het product. Nederlandse supermarktlabels coderen doorgaans (02), (37), (15) en (10) naast de SSCC — nagemeten op vijf productielabels — en laten het gewicht weg, ook als de brongegevens dat wel bevatten.
| Soort product | Velden naast de SSCC |
|---|---|
| Levensmiddelen met THT | (02) (37) (15) (10) |
| Verse producten (vervaldatum) | (02) (37) (17) (10) |
| Non-food en onbeperkt houdbaar | (02) (37) |
Waar de barcode vandaan komt
De streepjescode begint in 1952, met een patent van Bernard Silver en Norman Woodland op een code van concentrische ringen — een soort dartbord, zodat hij vanuit elke hoek te lezen zou zijn. De druktechniek van die tijd was er niet nauwkeurig genoeg voor en het idee verdween in de kast.
In 1959 zocht de Pennsylvania Railroad een manier om treinstellen automatisch te herkennen. Ingenieur David Collins bedacht KarTrak: rechthoekige, reflecterende rode en blauwe streepjes. Vuile wagons en de kosten deden het project sneuvelen, maar Collins bleef in de techniek geloven en richtte in 1967 Computer Identics op, dat met laser zwart-witte codes ging lezen.
Ondertussen kwam de laser zelf tot stand uit maser-onderzoek bij Bell Labs. De eerste industriële toepassing van Computer Identics stond bij General Motors in Flint, Michigan, waar versnellingsbakken op de band werden herkend.
In 1966 onderzocht de Amerikaanse National Association of Food Chains of dezelfde techniek aan de kassa kon werken. Het Woodland-patent werd gekocht, en na jaren werk aan de codedefinitie, de leesapparatuur en de druktechniek werd op 26 juni 1974 in Marsh’s Supermarket in Troy, Ohio het eerste artikel gescand: een pakje Wrigley’s Juicy Fruit.
De SSCC bouwt op diezelfde afspraak voort. Waar de kassabarcode zegt wélk artikel dit is, zegt de SSCC wélke laadeenheid dit is — en dat is precies wat een goederenontvangst nodig heeft.
Zelf zien hoe het eruitkomt
De demo zet uw gegevens om in een opgemaakt label, met een geldig controlecijfer en barcodes die scannen. Labels maken is een betaalde dienst; de demo laat zien wat u krijgt.
